‘Groot deel AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren’

Sommige jongeren ervaren gesprekken met een chatbot als laagdrempelig en veilig. Een deelnemer beschrijft AI bijvoorbeeld als “een soort terugpratend dagboek”, waarin gevoelens gedeeld kunnen worden zonder anderen tot last te zijn. Een ander zegt zelfs: “Ik heb betere gesprekken met AI dan met echte mensen.” Voor een kleinere groep gaat de band met AI nog verder. Volgens EenVandaag ziet 7 procent van de jonge AI-gebruikers de chatbot als een soort vriend of vriendin. Vooral jongeren die weinig of geen vrienden hebben, blijken vaker persoonlijke onderwerpen met AI te bespreken en vaker een vriendschappelijke band met de chatbot te voelen. Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling vragen op over privacy en afhankelijkheid. Bijna een derde van de jongeren maakt zich zorgen over wat er gebeurt met de informatie die zij met AI-chatbots delen. Een deelnemer verwoordt die zorg als volgt: “Je weet nooit wat er op de lange termijn met jouw persoonsgegevens gaat gebeuren.” Cultuursocioloog Siri Beerends van de Universiteit Twente en SETUP waarschuwt dat de discussie niet alleen over privacy moet gaan, maar ook over de sociale gevolgen van AI. Volgens haar wordt te weinig gekeken naar wat het betekent als mensen emotioneel steeds meer op technologie gaan leunen. Ze benadrukt dat een chatbot niet werkelijk denkt of voelt: “Het enige wat een chatbot doet is rekenen.” De opkomst van AI als gesprekspartner laat zien dat jongeren technologie steeds vaker inzetten voor steun, advies en emotionele verwerking. Dat kan handig en toegankelijk zijn, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Wanneer jongeren persoonlijke groei, kwetsbaarheid en sociale steun vooral bij een chatbot zoeken, kan dat invloed hebben op hun vertrouwen in zichzelf en hun relaties met anderen. – Bron: EenVandaag Opiniepanel, “Kwart jonge AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren”, gepubliceerd op 2 juli 2026.

Sommige jongeren ervaren gesprekken met een chatbot als laagdrempelig en veilig. Een deelnemer beschrijft AI bijvoorbeeld als “een soort terugpratend dagboek”, waarin gevoelens gedeeld kunnen worden zonder anderen tot last te zijn. Een ander zegt zelfs: “Ik heb betere gesprekken met AI dan met echte mensen.”
Voor een kleinere groep gaat de band met AI nog verder. Volgens EenVandaag ziet 7 procent van de jonge AI-gebruikers de chatbot als een soort vriend of vriendin. Vooral jongeren die weinig of geen vrienden hebben, blijken vaker persoonlijke onderwerpen met AI te bespreken en vaker een vriendschappelijke band met de chatbot te voelen.
Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling vragen op over privacy en afhankelijkheid. Bijna een derde van de jongeren maakt zich zorgen over wat er gebeurt met de informatie die zij met AI-chatbots delen. Een deelnemer verwoordt die zorg als volgt: “Je weet nooit wat er op de lange termijn met jouw persoonsgegevens gaat gebeuren.”
Cultuursocioloog Siri Beerends van de Universiteit Twente en SETUP waarschuwt dat de discussie niet alleen over privacy moet gaan, maar ook over de sociale gevolgen van AI. Volgens haar wordt te weinig gekeken naar wat het betekent als mensen emotioneel steeds meer op technologie gaan leunen. Ze benadrukt dat een chatbot niet werkelijk denkt of voelt: “Het enige wat een chatbot doet is rekenen.”
De opkomst van AI als gesprekspartner laat zien dat jongeren technologie steeds vaker inzetten voor steun, advies en emotionele verwerking. Dat kan handig en toegankelijk zijn, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Wanneer jongeren persoonlijke groei, kwetsbaarheid en sociale steun vooral bij een chatbot zoeken, kan dat invloed hebben op hun vertrouwen in zichzelf en hun relaties met anderen.
–
Bron: EenVandaag Opiniepanel, “Kwart jonge AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren”, gepubliceerd op 2 juli 2026.

Steeds meer jongeren gebruiken AI-chatbots niet alleen voor school, werk of praktische vragen, maar ook voor persoonlijke gesprekken. Uit onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel, in samenwerking met het HUMAN-programma AI Love, blijkt dat 86 procent van de ondervraagde jongeren tussen de 16 en 34 jaar AI-programma’s gebruikt. Bijna de helft van hen doet dat dagelijks. Opvallend is dat AI voor een deel van de jongeren een vertrouwensrol krijgt. De helft van de jonge AI-gebruikers bespreekt weleens persoonlijke onderwerpen met een chatbot, zoals daten, sociale situaties, mentale gezondheid of intimiteit. Bijna een kwart zegt zelfs méér persoonlijke informatie te delen met AI dan met de persoon die het dichtst bij hen staat.

 

Sommige jongeren ervaren gesprekken met een chatbot als laagdrempelig en veilig. Een deelnemer beschrijft AI bijvoorbeeld als “een soort terugpratend dagboek”, waarin gevoelens gedeeld kunnen worden zonder anderen tot last te zijn. Een ander zegt zelfs: “Ik heb betere gesprekken met AI dan met echte mensen.”

 

Voor een kleinere groep gaat de band met AI nog verder. Volgens EenVandaag ziet 7 procent van de jonge AI-gebruikers de chatbot als een soort vriend of vriendin. Vooral jongeren die weinig of geen vrienden hebben, blijken vaker persoonlijke onderwerpen met AI te bespreken en vaker een vriendschappelijke band met de chatbot te voelen.

Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling vragen op over privacy en afhankelijkheid. Bijna een derde van de jongeren maakt zich zorgen over wat er gebeurt met de informatie die zij met AI-chatbots delen. Een deelnemer verwoordt die zorg als volgt: “Je weet nooit wat er op de lange termijn met jouw persoonsgegevens gaat gebeuren.”

Cultuursocioloog Siri Beerends van de Universiteit Twente en SETUP waarschuwt dat de discussie niet alleen over privacy moet gaan, maar ook over de sociale gevolgen van AI. Volgens haar wordt te weinig gekeken naar wat het betekent als mensen emotioneel steeds meer op technologie gaan leunen. Ze benadrukt dat een chatbot niet werkelijk denkt of voelt: “Het enige wat een chatbot doet is rekenen.”

De opkomst van AI als gesprekspartner laat zien dat jongeren technologie steeds vaker inzetten voor steun, advies en emotionele verwerking. Dat kan handig en toegankelijk zijn, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Wanneer jongeren persoonlijke groei, kwetsbaarheid en sociale steun vooral bij een chatbot zoeken, kan dat invloed hebben op hun vertrouwen in zichzelf en hun relaties met anderen.

–

Bron: EenVandaag Opiniepanel, “Kwart jonge AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren”, gepubliceerd op 2 juli 2026.

 

OpenAI’s Sora was de engste app op je telefoon

\

 

De AI-wereld ontwikkelt zich razendsnel, maar niet elk experiment blijft bestaan. OpenAI heeft besloten om Sora, een app waarmee gebruikers AI-video’s konden genereren en delen, alweer stop te zetten. Wat begon als een indrukwekkende technologische demonstratie, groeide al snel uit tot een controversiële tool die vragen opriep over ethiek, veiligheid en controle.

Sora was een app waarmee gebruikers op basis van tekst realistische video’s konden genereren. Denk aan korte clips waarin mensen, scènes of zelfs fantasiewerelden tot leven kwamen allemaal gemaakt door kunstmatige intelligentie.

Wat Sora onderscheidde van andere AI-tools, was het sociale aspect. De app had een feed waarin gebruikers hun creaties konden delen, vergelijkbaar met platforms als TikTok. Hierdoor werd het niet alleen een tool, maar ook een plek waar AI-content zich snel verspreidde.

Van innovatie naar ongemak

Hoewel Sora technisch indrukwekkend was, kreeg het al snel een ongemakkelijke reputatie. Gebruikers ontdekten hoe eenvoudig het was om realistische maar neppe video’s te maken, waaronder deepfakes en misleidende content. Volgens TechCrunch werd de app door velen ervaren als verontrustend: “Sora was the creepiest app on your phone.”

Die kwalificatie kwam niet uit het niets. De mogelijkheid om overtuigende nepvideo’s te genereren zorgde voor zorgen over misbruik, desinformatie en de impact op vertrouwen in beeldmateriaal.

De keerzijde van krachtige AI

De problemen rond Sora waren niet alleen ethisch, maar ook praktisch. Het draaien van zulke geavanceerde AI-modellen vraagt enorme hoeveelheden rekenkracht, wat het systeem duur en moeilijk schaalbaar maakt. Daarnaast bleek moderatie een grote uitdaging. Hoe controleer je miljoenen gegenereerde video’s op misbruik, auteursrechten of schadelijke inhoud? De balans tussen vrijheid en veiligheid bleek lastig te vinden.

Kort, maar veelzeggend: zelfs voor een bedrijf als OpenAI zijn er grenzen aan wat verantwoord en haalbaar is.

Een strategische keuze

Het stopzetten van Sora lijkt onderdeel van een bredere strategie. In plaats van consumentgerichte experimenten met hoge risico’s, verschuift de focus naar meer gecontroleerde toepassingen van AI, zoals zakelijke tools en infrastructuur.

Dit betekent niet dat AI-video verdwijnt integendeel. De technologie blijft zich ontwikkelen, maar waarschijnlijk in een vorm die beter beheersbaar is en minder ruimte laat voor misbruik.

Wat betekent dit voor de toekomst?

Het verhaal van Sora laat zien hoe snel innovatie kan botsen met realiteit. Wat technisch mogelijk is, is niet altijd maatschappelijk wenselijk of praktisch uitvoerbaar.

 
AI wordt krachtiger, maar ook gevoeliger. En juist daarom zullen bedrijven steeds vaker moeten kiezen niet alleen wat ze kunnen bouwen, maar ook wat ze zouden moeten bouwen.