Google verdedigt miljardeninvesteringen in AI met explosieve groei van cloudtak

 

 

Google pompt enorme bedragen in kunstmatige intelligentie, datacenters en gespecialiseerde chips. De investeringen drukken inmiddels zwaar op de kasstroom van moederbedrijf Alphabet, maar het bedrijf ziet in de snelle groei van Google Cloud het bewijs dat de strategie begint te werken. De omzet van Google Cloud steeg in het tweede kwartaal van 2026 met 82 procent ten opzichte van een jaar eerder. De clouddivisie boekte een omzet van 24,8 miljard dollar, aanzienlijk meer dan analisten vooraf hadden verwacht. In het voorgaande kwartaal groeide de cloudomzet nog met 63 procent tot 20 miljard dollar.

Bedrijven investeren massaal in AI

De groei wordt vooral veroorzaakt door bedrijven die AI-modellen willen ontwikkelen, trainen en gebruiken. Daarvoor hebben zij grote hoeveelheden rekenkracht, opslagcapaciteit en gespecialiseerde AI-chips nodig. Google levert deze infrastructuur via zijn cloudplatform en biedt daarnaast eigen AI-modellen en diensten aan. Volgens Google neemt de vraag naar AI-capaciteit sneller toe dan het bedrijf momenteel kan leveren. Alphabet wil daarom extra datacenters bouwen en meer investeren in servers, netwerkapparatuur en eigen Tensor Processing Units, oftewel TPU-chips.

De totale kwartaalomzet van Alphabet groeide met 24 procent naar 119,8 miljard dollar. Hoewel advertenties bij Google Search en YouTube nog steeds het grootste deel van de inkomsten opleveren, wordt Google Cloud steeds belangrijker voor de groei van het concern.

De sterke cloudresultaten hebben Google er niet van weerhouden het investeringsbudget verder op te schroeven. Alphabet verwacht in 2026 tussen de 195 en 205 miljard dollar uit te geven aan onder meer AI-infrastructuur. Dat is ongeveer 15 miljard dollar meer dan de eerdere prognose. Die uitgaven zijn zo hoog dat Alphabet voor het eerst een negatieve vrije kasstroom rapporteerde. In het tweede kwartaal kwam de vrije kasstroom uit op min 5,9 miljard dollar. Beleggers vragen zich daarom steeds nadrukkelijker af hoe snel de miljardeninvesteringen in AI daadwerkelijk kunnen worden terugverdiend. De hogere investeringsverwachting zorgde na de presentatie van de kwartaalcijfers voor druk op het aandeel Alphabet. Ondanks de sterke omzetgroei vrezen beleggers dat de kosten van de AI-race sneller oplopen dan de directe opbrengsten.

Cloudgroei moet twijfels wegnemen

Google presenteert de explosieve groei van zijn cloudactiviteiten als antwoord op die zorgen. De redenering is dat investeringen in AI niet alleen nodig zijn om producten als Gemini en AI Mode te ontwikkelen, maar ook om infrastructuur te verkopen aan andere bedrijven. Daarmee probeert Google op meerdere manieren geld te verdienen aan AI. Het bedrijf gebruikt AI binnen zijn zoekmachine, advertenties en kantoorsoftware, maar verhuurt tegelijkertijd de onderliggende technologie via Google Cloud.

De clouddivisie beschikt bovendien over een omvangrijke orderportefeuille. Dat wijst erop dat bedrijven zich voor meerdere jaren vastleggen op het gebruik van Googles infrastructuur en AI-diensten. De komende kwartalen zal moeten blijken of die inkomsten snel genoeg blijven groeien om de steeds grotere investeringen te rechtvaardigen. Voorlopig is de boodschap van Google duidelijk: de AI-rekening loopt sterk op, maar dankzij de snelgroeiende cloudtak verschijnen ook steeds meer opbrengsten aan de andere kant van de balans.

 

‘Groot deel AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren’

Sommige jongeren ervaren gesprekken met een chatbot als laagdrempelig en veilig. Een deelnemer beschrijft AI bijvoorbeeld als “een soort terugpratend dagboek”, waarin gevoelens gedeeld kunnen worden zonder anderen tot last te zijn. Een ander zegt zelfs: “Ik heb betere gesprekken met AI dan met echte mensen.” Voor een kleinere groep gaat de band met AI nog verder. Volgens EenVandaag ziet 7 procent van de jonge AI-gebruikers de chatbot als een soort vriend of vriendin. Vooral jongeren die weinig of geen vrienden hebben, blijken vaker persoonlijke onderwerpen met AI te bespreken en vaker een vriendschappelijke band met de chatbot te voelen. Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling vragen op over privacy en afhankelijkheid. Bijna een derde van de jongeren maakt zich zorgen over wat er gebeurt met de informatie die zij met AI-chatbots delen. Een deelnemer verwoordt die zorg als volgt: “Je weet nooit wat er op de lange termijn met jouw persoonsgegevens gaat gebeuren.” Cultuursocioloog Siri Beerends van de Universiteit Twente en SETUP waarschuwt dat de discussie niet alleen over privacy moet gaan, maar ook over de sociale gevolgen van AI. Volgens haar wordt te weinig gekeken naar wat het betekent als mensen emotioneel steeds meer op technologie gaan leunen. Ze benadrukt dat een chatbot niet werkelijk denkt of voelt: “Het enige wat een chatbot doet is rekenen.” De opkomst van AI als gesprekspartner laat zien dat jongeren technologie steeds vaker inzetten voor steun, advies en emotionele verwerking. Dat kan handig en toegankelijk zijn, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Wanneer jongeren persoonlijke groei, kwetsbaarheid en sociale steun vooral bij een chatbot zoeken, kan dat invloed hebben op hun vertrouwen in zichzelf en hun relaties met anderen. – Bron: EenVandaag Opiniepanel, “Kwart jonge AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren”, gepubliceerd op 2 juli 2026.

Sommige jongeren ervaren gesprekken met een chatbot als laagdrempelig en veilig. Een deelnemer beschrijft AI bijvoorbeeld als “een soort terugpratend dagboek”, waarin gevoelens gedeeld kunnen worden zonder anderen tot last te zijn. Een ander zegt zelfs: “Ik heb betere gesprekken met AI dan met echte mensen.”
Voor een kleinere groep gaat de band met AI nog verder. Volgens EenVandaag ziet 7 procent van de jonge AI-gebruikers de chatbot als een soort vriend of vriendin. Vooral jongeren die weinig of geen vrienden hebben, blijken vaker persoonlijke onderwerpen met AI te bespreken en vaker een vriendschappelijke band met de chatbot te voelen.
Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling vragen op over privacy en afhankelijkheid. Bijna een derde van de jongeren maakt zich zorgen over wat er gebeurt met de informatie die zij met AI-chatbots delen. Een deelnemer verwoordt die zorg als volgt: “Je weet nooit wat er op de lange termijn met jouw persoonsgegevens gaat gebeuren.”
Cultuursocioloog Siri Beerends van de Universiteit Twente en SETUP waarschuwt dat de discussie niet alleen over privacy moet gaan, maar ook over de sociale gevolgen van AI. Volgens haar wordt te weinig gekeken naar wat het betekent als mensen emotioneel steeds meer op technologie gaan leunen. Ze benadrukt dat een chatbot niet werkelijk denkt of voelt: “Het enige wat een chatbot doet is rekenen.”
De opkomst van AI als gesprekspartner laat zien dat jongeren technologie steeds vaker inzetten voor steun, advies en emotionele verwerking. Dat kan handig en toegankelijk zijn, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Wanneer jongeren persoonlijke groei, kwetsbaarheid en sociale steun vooral bij een chatbot zoeken, kan dat invloed hebben op hun vertrouwen in zichzelf en hun relaties met anderen.

Bron: EenVandaag Opiniepanel, “Kwart jonge AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren”, gepubliceerd op 2 juli 2026.

Steeds meer jongeren gebruiken AI-chatbots niet alleen voor school, werk of praktische vragen, maar ook voor persoonlijke gesprekken. Uit onderzoek van het EenVandaag Opiniepanel, in samenwerking met het HUMAN-programma AI Love, blijkt dat 86 procent van de ondervraagde jongeren tussen de 16 en 34 jaar AI-programma’s gebruikt. Bijna de helft van hen doet dat dagelijks. Opvallend is dat AI voor een deel van de jongeren een vertrouwensrol krijgt. De helft van de jonge AI-gebruikers bespreekt weleens persoonlijke onderwerpen met een chatbot, zoals daten, sociale situaties, mentale gezondheid of intimiteit. Bijna een kwart zegt zelfs méér persoonlijke informatie te delen met AI dan met de persoon die het dichtst bij hen staat.

 

Sommige jongeren ervaren gesprekken met een chatbot als laagdrempelig en veilig. Een deelnemer beschrijft AI bijvoorbeeld als “een soort terugpratend dagboek”, waarin gevoelens gedeeld kunnen worden zonder anderen tot last te zijn. Een ander zegt zelfs: “Ik heb betere gesprekken met AI dan met echte mensen.”

 

Voor een kleinere groep gaat de band met AI nog verder. Volgens EenVandaag ziet 7 procent van de jonge AI-gebruikers de chatbot als een soort vriend of vriendin. Vooral jongeren die weinig of geen vrienden hebben, blijken vaker persoonlijke onderwerpen met AI te bespreken en vaker een vriendschappelijke band met de chatbot te voelen.

Tegelijkertijd roept deze ontwikkeling vragen op over privacy en afhankelijkheid. Bijna een derde van de jongeren maakt zich zorgen over wat er gebeurt met de informatie die zij met AI-chatbots delen. Een deelnemer verwoordt die zorg als volgt: “Je weet nooit wat er op de lange termijn met jouw persoonsgegevens gaat gebeuren.”

Cultuursocioloog Siri Beerends van de Universiteit Twente en SETUP waarschuwt dat de discussie niet alleen over privacy moet gaan, maar ook over de sociale gevolgen van AI. Volgens haar wordt te weinig gekeken naar wat het betekent als mensen emotioneel steeds meer op technologie gaan leunen. Ze benadrukt dat een chatbot niet werkelijk denkt of voelt: “Het enige wat een chatbot doet is rekenen.”

De opkomst van AI als gesprekspartner laat zien dat jongeren technologie steeds vaker inzetten voor steun, advies en emotionele verwerking. Dat kan handig en toegankelijk zijn, maar het brengt ook risico’s met zich mee. Wanneer jongeren persoonlijke groei, kwetsbaarheid en sociale steun vooral bij een chatbot zoeken, kan dat invloed hebben op hun vertrouwen in zichzelf en hun relaties met anderen.

Bron: EenVandaag Opiniepanel, “Kwart jonge AI-gebruikers deelt meer met chatbot dan met dierbaren”, gepubliceerd op 2 juli 2026.

 

OpenAI’s Sora was de engste app op je telefoon

\

 

De AI-wereld ontwikkelt zich razendsnel, maar niet elk experiment blijft bestaan. OpenAI heeft besloten om Sora, een app waarmee gebruikers AI-video’s konden genereren en delen, alweer stop te zetten. Wat begon als een indrukwekkende technologische demonstratie, groeide al snel uit tot een controversiële tool die vragen opriep over ethiek, veiligheid en controle.

Sora was een app waarmee gebruikers op basis van tekst realistische video’s konden genereren. Denk aan korte clips waarin mensen, scènes of zelfs fantasiewerelden tot leven kwamen allemaal gemaakt door kunstmatige intelligentie.

Wat Sora onderscheidde van andere AI-tools, was het sociale aspect. De app had een feed waarin gebruikers hun creaties konden delen, vergelijkbaar met platforms als TikTok. Hierdoor werd het niet alleen een tool, maar ook een plek waar AI-content zich snel verspreidde.

Van innovatie naar ongemak

Hoewel Sora technisch indrukwekkend was, kreeg het al snel een ongemakkelijke reputatie. Gebruikers ontdekten hoe eenvoudig het was om realistische maar neppe video’s te maken, waaronder deepfakes en misleidende content. Volgens TechCrunch werd de app door velen ervaren als verontrustend: “Sora was the creepiest app on your phone.”

Die kwalificatie kwam niet uit het niets. De mogelijkheid om overtuigende nepvideo’s te genereren zorgde voor zorgen over misbruik, desinformatie en de impact op vertrouwen in beeldmateriaal.

De keerzijde van krachtige AI

De problemen rond Sora waren niet alleen ethisch, maar ook praktisch. Het draaien van zulke geavanceerde AI-modellen vraagt enorme hoeveelheden rekenkracht, wat het systeem duur en moeilijk schaalbaar maakt. Daarnaast bleek moderatie een grote uitdaging. Hoe controleer je miljoenen gegenereerde video’s op misbruik, auteursrechten of schadelijke inhoud? De balans tussen vrijheid en veiligheid bleek lastig te vinden.

Kort, maar veelzeggend: zelfs voor een bedrijf als OpenAI zijn er grenzen aan wat verantwoord en haalbaar is.

Een strategische keuze

Het stopzetten van Sora lijkt onderdeel van een bredere strategie. In plaats van consumentgerichte experimenten met hoge risico’s, verschuift de focus naar meer gecontroleerde toepassingen van AI, zoals zakelijke tools en infrastructuur.

Dit betekent niet dat AI-video verdwijnt integendeel. De technologie blijft zich ontwikkelen, maar waarschijnlijk in een vorm die beter beheersbaar is en minder ruimte laat voor misbruik.

Wat betekent dit voor de toekomst?

Het verhaal van Sora laat zien hoe snel innovatie kan botsen met realiteit. Wat technisch mogelijk is, is niet altijd maatschappelijk wenselijk of praktisch uitvoerbaar.

 
AI wordt krachtiger, maar ook gevoeliger. En juist daarom zullen bedrijven steeds vaker moeten kiezen niet alleen wat ze kunnen bouwen, maar ook wat ze zouden moeten bouwen.